Geschiedenis Apeldoorn

De geschiedenis van Apeldoorn

Apeldoorn is nu het grootste dorp van Gelderland met ca. 155.000 inwoners. Zij heeft verschillende trekpleisters, als paleis het Loo, koningin Julianatoren, apenheul en natuurlijk de Veluwe. Maar ondanks dat het pas sinds de afgelopen honderd vijftig jaar tot één van de grootste plaatsen in ons land hoort, kent het toch een rijke geschiedenis. Vijf jaar geleden was er sprake van dat het stadsrechten zou krijgen, maar deze heeft ze nog steeds niet.

Het ontstaan

De naam Apeldoorn op zich heeft al een nauwe verbintenis met het landschap. De naam Apeldoorn is te verdelen in twee woorden. ‘Apel’, waar het Saksische woord ‘Apa’ in schuil gaat, betekend ‘water’, en met ‘doorn’ worden de bomen aangeduid. De naam Apeldoorn zou dan zoveel betekenen als ‘Bij water staande bomen’. Voor het ontstaan van Apeldoorn was water dan ook heel belangrijk. Ze is ontstaan aan natuurlijke beken die van de Veluwe af stoomde, waarvan de Grift de belangrijkste was. Deze werd later veelvuldig vergraven voor de aanleg van watermolens.

In feite bestaat Apeldoorn al heel lang, alleen bestond het in het begin nog uit kleine dorpjes en buurtschappen. De eerste jaartallen, wat men in de geschiedenis van Apeldoorn tegen zal komen, zijn 792 en 793. In deze tijd werd namelijk al aan ijzerwinning gedaan. Dit niet alleen maar voor eigen gebruik, maar ook voor export. Aan de rand van de stad, in het Orderbos, zijn nog sporen van ijzerkuilen aanwezig. Daaruit werd een ijzerhoudende grondstof gedolven die ook wel ‘klapperstenen’ werden genoemd (afbeelding 1). Deze klapperstenen werden zo genoemd omdat het ‘klapperde’ als je eraan rammelde. Dit kwam doordat de kern los was gekomen van de schil. Een precies jaartal waarin Apeldoorn moet zijn ontstaan is nergens aangegeven, maar in de genoemde jaren wordt de plaats Apeldoorn genoemd in een schenkingsakte. Deze schenking vond plaats in het 25e regeringsjaar van koning Karel de Grootte in het huidige Duitsland, dat op 9 oktober 792 begon en op 8 oktober 793 eindigde.Zij wordt hierin ‘villa ut Marca Appoldro’ genoemd.

Na deze vermelding lijkt het alsof Apeldoorn weer van de aardbodem verdwenen is, zo lang wordt er niets van vernoemd. Wel weten we dat de periode van 900 tot omstreeks 1200 er een was van strijd, rampen en tegenspoed. Ook door de invallen van de Noormannen stagneerde de ijzerexport. Rond twaalfhonderd is Apeldoorn een overwegend agrarische gemeenschap. De meeste bevolking vestigden zich in de buurtschappen Noord-Apeldoorn, Het Loo, Wenum, Wiesel, Woudhuis en Wormingen. Naast Wenum en Wiesel vindt je deze vooral als wijken terug. Het centrum van deze buurtschappen werd gevormd door het eigenlijke dorp Apeldoorn. Hier stond de kerk en waren de voornaamste verzorgende functies en ambachten geconcentreerd. In 1842 werd deze kerk afgebroken en kwam er aan de Loolaan een nieuwe kerk, wat makkelijker toegankelijk was voor het Loo. Elke buurtschap scoorde toen tussen de 200 en de 600 inwoners. Alles bij elkaar kwam dat op ca. 5000 inwoners. In de bijlage heb ik een kaart toegevoegd van 1811 tot 1832.

Invloed koningshuis

Vanaf 1684 kreeg Apeldoorn te maken met Koninklijke invloeden. Dit was het jaar dat stadhouder Willem III het middeleeuwse kasteel ‘Het oude Loo’ kocht (afbeelding 2), ondanks dat hij in 1677 getrouwd was met de toen nog 15 jarige prinses Maria Stuart II uit Engeland. Het Oude Loo is een kasteel die Udo Talhout in 1439 liet bouwen. Bij het Oude Loo liet hij in de jaren erna een jachtslot bouwen, wat wij nu kennen als paleis Het Loo (afbeelding 3).

Jacobus Roman werd in 1689 hofarchitect en ontwierp een vierkant hoofdgebouw, met daaraan vast de zijvleugels. In datzelfde jaar op 22 januari werden Willem en Maria gekroond tot koning en koningin van Engeland.

In 1694 overlijdt Maria op 32 jarige leeftijd aan de pokken en in 1702 overlijdt Willem III door een val van zijn paard. Zijn bezittingen laat hij na aan de toen nog 15 jarige Johan Willem Friso.In diezelfde periode breidt Apeldoorn zich vooral verder uit rondt het Loo.

(Afb. 2)                                                                  (Afb. 3)

(http://www.sonokids.nl/Dario/index.php?SubStay=vdy4wc3r2kt8&editpage=yes&link=vdy4wc3r2kt8&header=Kasteel+het+oude+loo (Beide plaatjes))

Na stadhouder Willem III volgen nog meer “Oranjes”. Niet allemaal hebben ze er gewoond, maar het paleis wel gebruikt. Meer daarover onder het hoofdstuk ‘Het Loo’. Hieronder een overzichtje:

Johan Willem Friso van Nassau-Dietz;

Stadhouder Willem IV;

Stadhouder Willem V;

Koning Lodewijk Napoleon;

Koning Willem I;

Koning Willem II;

Koning Willem III & Emma;

Koningin Wilhelmina & Prins Hendrik;

Koningin Juliana & Prins Bernhard;

Prinses Margriet & Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven;

Koningin Beatrix

Papiermakers

Rond 1450 werd de boekdrukkunst uitgevonden en daardoor nam de vraag naar papier toe.

In 1593, wat een rustige periode in de Tachtigjarige Oorlog was, stichtte Johan Steenbergen de Jonge de eerste papiermolen in Apeldoorn. Met 28 papiermolens bereikte Apeldoorn in 1750 zijn hoogtepunt en was daarmee hét papiermakerscentrum van Oost-Nederland. Dit kwam omdat er een overvloed aan helder water was, iets wat heel belangrijk is bij het maken van papier. Pas aan het einde van de 19e eeuw ging het bergafwaarts met de hand- papiermakerij. Er waren slechts enkelen die de middelen hadden om over te schakelen naar machinale papierfabricage. De mensen zochten andere wegen en dat waren in dit geval de wasserijen. Papiermolens werden daarvoor omgebouwd. De overige werden gesloopt of vervielen.

Herbergen

Apeldoorn was in de middeleeuwen daarnaast ook nog een belangrijk knooppunt. Reizigers die te voet of in het gunstigste geval te paard de toen nog onherbergzame Veluwe over moest, konden daar terecht. Er waren namelijk verscheidene herbergen waar mensen konden uitrusten en hun dorst konden lessen. De meeste herbergen stonden natuurlijk bij de Dorpsstraat omdat daar de meeste mensen op doorreis langs kwamen. Door de gunstige ligging tegenover de Hanzesteden Deventer en Zutphen, werd Apeldoorn herhaaldelijk gekozen voor het houden van vergaderingen van het Hanzeverbond. Deze bijeenkomsten vonden tot in de Tachtigjarige Oorlog plaats.

Industrialisatie

In de 19e en de 20e eeuw groeide de bevolking pas echt explosief. Was de bevolking aan het einde van de 18e eeuw rond de 4.400 inwoners, aan het einde van de 19e eeuw telde Apeldoorn al ruim 19.500 inwoners. De oorzaak ervan was de aanleg van het kanaal aan het begin van de 19e eeuw die nieuwe mogelijkheden bood voor de industrie en daarmee ook voor de Apeldoornse bevolkingsgroei. Steeds meer bedrijven vestigde zich in Apeldoorn en voor de oorlog in 1940 telde Apeldoorn een kleine 74.500 inwoners. Ondanks dat ook de tweede wereldoorlog wel degelijk invloed op Apeldoorn heeft gehad, heeft dit geen invloed gehad op haar groei en was ze zelfs lange tijd de snelst groeiende gemeente van Nederland. Om de bevolking allemaal nog te kunnen huisvesten werden nieuwbouwwijken in sneltreinvaart uit de grond gestamd en onderging Apeldoorn een ware gedaanteverwisseling.

In het jaar 2000 was de bevolking gegroeid tot 153.751 inwoners en behoorde Apeldoorn tot de 10 grootste gemeenten van Nederland.

Het Loo

Jachtslot het Oude Loo

De eerste eigenaar van het Oude Loo was Udo Talholt, raad- en rekenmeester van de Gelderse hertog. Men gaat er vanuit dat hij ook de bouwer van het slot is geweest, maar tot noch toe is dat nog niet met zekerheid te zeggen. Dit wordt gedacht omdat Udo Talholt het kasteel al zeker vanaf 1439 in zijn bezit had en de oudste delen uit de 15e eeuw dateren.

In 1502 komt het slot in bezit Johan Bentinck, die in 1511 door hertog Karel van Gelre werd aangesteld als jagermeester. Hij droeg het slot over aan de hertog die het hem als leengoed teruggaf. Zo kon hij er zeker van zijn dat de hertog aan zijn zijde stond en hij op hem kon terug vallen. Na Jagermeester Johan Bentinck volgden nog verschillende andere Bentincks.

In 1684 kwam Stadhouder Willem III in beeld en kocht het slot op. Maar hij vond het oude kasteel niet goed genoeg om er voor langere tijd in te wonen, dus gaf hij de opdracht een nieuw jachtslot te bouwen. Vanaf dat moment werd het kasteel ‘Het Oude Loo’ genoemd.

Wanneer je nu naar jachtslot Het Oude Loo gaat, vind je aan de voorkant glas in lood ramen. Hierop staan alle wapenschilden afgebeeld van alle mensen die er gewoond hebben.

Paleis het Loo

Paleis Het Loo, het nieuwe jachtslot, was tot 1702 in handen van stadhouder Willem III. In dat jaar overlijdt deze en erft zijn neef Johan Willem Friso van Nassau- Dietz het paleis. Hij is stadhouder van Friesland en overlijdt in 1711 door verdrinking. Zijn weduwe Maria Louise van Hessen- Kassel is dan genoodzaakt het paleis gedeeltelijk te veilen. In die periode wordt ook de boventuin aangelegd.

Stadhouder Willem IV, de zoon van Johan Willem Friso, verblijft rond 1732 veel op Het Loo. Deze is veel van zijn glorie kwijt geraakt en laat daarom zijn hofarchitect Pieter de Zwart een nieuwe boventuin aanleggen. Dit kon niet worden uitgevoerd door het vroege overlijden van de stadhouder.

Dan komt in 1767 prins Willem V in beeld met de Pruisische prinses Wilhelmina. Zij raakten verknocht aan Het Loo en zijn vooral geïnteresseerd in het herstel van de verwaarloosde tuinen. Ondanks de plannen de tuin ook uit te breiden, blijft het bij het opnieuw aanleggen van de boventuin en zijn waterwerken. Ook wordt de stadhouderlijke dierentuin vanuit Voorburg naar Het Loo overgebracht.

In 1795 vlucht de stadhouderlijke familie eerst naar Engeland en trekken zich daarna terug naar hun bezittingen in Duitsland. Dit voor de Franse bezetting.

Het Loo wordt door Franse troepen geplunderd. Ook de dieren van de menagerie worden meegenomen, waaronder twee olifanten die hun bestaan als skelet in een museum moeten voortzetten.

In 1807 betrekt Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse Keizer, Paleis Het Loo als koning van Holland. Het paleis wordt opnieuw ingericht en van buiten wit gepleisterd. De tuin krijgt na een ophoging het uiterlijk van een landschapspark.

Als de zoon van stadhouder Willem V rond 1815 het koningschap aanvaard, als koning Willem I, wordt hem een aantal paleizen als rijkseigendom ter beschikking gesteld, waaronder ook Paleis Het Loo. Hij zet zich in voor de verfraaiing van de tuinen. Ook als hij in 1840 afstand doet van de troon blijft Het Loo van hem. Koning Willem II kiest namelijk voor Tilburg.

Na de dood van koning Willem III laat koningin-regentes Emma enkele moderniseringen op Het Loo uitvoeren. Niet alleen werd het aangesloten op de waterleiding en liet ze badkamers aanbouwen, ook werd er zeil gelegd (toentertijd het nieuwste op het gebied van hygiëne) en werden de kamers naar haar smaak met veel kleuren ingericht.

Een van de kamers in 17e eeuwse stijl

Direct na haar inhuldiging neemt Koningin Wilhelmina het initiatief om het paleis weer in te richten in de 17e eeuwse stijl. In 1907 laat prins Hendrik, de echtgenoot van Wilhelmina, een modern stallencomplex aanleggen. Omdat koningin Wilhelmina vaak op het paleis verblijft en daar veel gasten ontvangt, besloot de regering in 1911 de accommodatie van het paleis uit te breiden. Zo wordt het paleis voor de zoveelste maal verbouwd en krijgt het een grote dinerzaal en keukens. Na haar troonafstand vestigt Wilhelmina zich definitief op Het Loo. Haar slaapvertrek komt ter beschikking van Koningin Juliana en prins Bernhard. Zelf trekt ze zich steeds meer en meer terug in het buitenpaviljoen.

Na de dood van Wilhelmina betrekken prof. Mr. Pieter van Vollenhoven en prinses Margriet in 1962 de Oostvleugel van het Paleis. Dit voor bepaalde tijd.

In 1984 wordt paleis Het Loo voor de laatste maal gerestaureerd en worden de tuinen gereconstrueerd tot wat het nu is. Daarna werd het Paleis opengesteld voor publiek en bleef het Oude Loo ter beschikking van de koningin. Daarna gebruikte Koningin Beatrix Het Loo voor speciale gelegenheden, zoals het vieren van haar 60e verjaardag.

Het volledige koningshuis bij elkaar heeft ervoor gezorgd dat Apeldoorn zich meer en meer ging uitbreiden, eerst tussen het Loo en het huidige centrum en later vanuit het centrum nog verder. Om makkelijker bij het paleis te komen zijn er rechte wegen aangelegd die voor een nieuwe structuur in de stad zorgde. Pas sinds halverwege de 20e eeuw is Apeldoorn zoals zij er nu uitziet.

Oude Apeldoornse wegen

Veel wegen in Apeldoorn bestaan al heel lang en waren belangrijk. Niet alleen kwamen veel reizigers daardoor makkelijker via Apeldoorn naar de Hanzesteden, ook de Koninklijke families speelden een rol. Hieronder de twee belangrijkste wegen.

Hoofdstraat

Tegenwoordig heet de belangrijkste winkelstraat in Apeldoorn de hoofdstraat. Dit is niet altijd zo geweest want eerst heette het de Dorpsstraat. In de middeleeuwen was deze straat één van de belangrijkste straten in Apeldoorn. Het lag midden door het centrum van Apeldoorn en ook de kerk lag aan deze straat, op de plek waar nu het Raadhuisplein is. In 1842 is deze afgebroken wegens bouwvalligheid en buiten de stad aan de Loolaan weer opgebouwd zodat het makkelijker te bereiken was voor de Koninklijke familie.

Verder was de hoofdstraat een belangrijke winkelstraat. Aan het einde van de 19e eeuw werd de dorpsstraat drastisch veranderd. Niet alleen kwamen er meer winkels, maar ook werden er bestaande panden vergroot of kwamen er nieuwe voor in de plaats. In deze tijd werd de Dorpsstraat ook omgedoopt tot de Hoofdstraat.

Loolaan

Pas vanaf 1739 was het mogelijk om Het Loo via de Loolaan te bereiken. Al in de achttiende eeuw kwamen er al vele bezoekers naar de prachtige tuinen van Het Loo kijken. Dit maakte dat men genoodzaakt was een rechte weg aan te leggen zodat Het Loo goed te bereiken was. Deze weg liep recht van buurtschap Het Loo naar Buurtschap Apeldoorn. De weg is precies 1 kilometer lang.

Deze twee belangrijke straten zijn één van de oudste en waren in het prille begin verharde zandwegen. Pas in de periode dat Apeldoorn van Buurtschappen naar één dorp ging, werden deze bestraat.

©Claudia Grootenhuis