De Neanderthaler

Neanderdal

In het Neanderdal vlakbij Düsseldorf is in 1856 in een steengroeve een gedeelte van een skelet gevonden. Het skelet was min of meer per toeval gevonden doordat er in die regio aan kalkwinning werd gedaan. Het dal werd door deze winning volledig vernield, dit in de eerste instantie door de handmatige graafwerkzaamheden, maar later zeer zeker ook door het dynamiet. Vóór deze vernielingen (de rotskloof Rabenstein is overigens de laatste overblijfselen van het dal) vonden arbeiders die met hakken en graven bezig waren de gedeeltes van het skelet. In de eerste instantie dachten ze dat het overblijfselen van holen beren waren, maar dit was niet het geval. Het bleken de overblijfselen de zijn van een mensachtige die wij tegenwoordig Neanderthaler noemen, naar het Neanderdal waar de eerste botten van deze mensachtige gevonden waren. De tegenwoordige wetenschappelijke naam voor de Neanderthaler luidt: Homo Sapiens Neanderthalensis.

 

Imagoproblemen

In de eerste plaats werd de Neanderthaler afgeschilderd als dom, wild en dierlijk met een behaard lijf en een hoofd dat meer leek op dat van een aap dan dat van een mens. In de 19e eeuw was het immers nog niet mogelijk een reconstructie te maken van de schedel en zo af te beelden hoe iemand er voor zijn of haar dood uit moet hebben gezien. Tegenwoordig kan dit wel en nu blijkt dat de Neanderthaler er toch menselijker uit ziet dan men vroeger dacht.

 

Het ontstaan

De Neanderthalers waren typische Europese mensachtige. Dat wil zeggen dat hun soort in Europa is ontstaan, maar kwam later ook buiten Europa voor, zoals in het Nabije oosten, Noord-Irak en West-Azië. Hun autonome ontwikkeling was tot uiterlijk 300.000 jaar geleden te volgen, alle mensachtige die zich over de wereld hadden verspreid, waren uiteindelijk afstammelingen van hun voorouders uit Afrika. Zo ook De Neanderthaler. Zij hebben van 200.000 tot 30.000 jaar geleden geleefd.

 

Hoe leefden ze?

De Neanderthalers leefden als jagers en verzamelaars en pasten zich aan aan de meest verschillende milieuomstandigheden. In de tijden dat de Neanderthalers leefden, kon het milieu op verschillende plaatsen sterk variëren, zoals de koude toendralandschappen van Europa en de warme zon in het Nabije Oosten. De vondsten die van Neanderthalers zijn gedaan, zoals stenen werktuigen, vertellen ons dat Neanderthalers binnen een straal van 100 kilometer lange tochten aflegden. Dit is gedaan door te onderzoeken waar het materiaal oorspronkelijk vandaan kwam.

 

Werktuigen

Enkele werktuigen die de Neanderthalers zelf maakten en gebruikten, waren van vuursteen gemaakt. Nee, geen steen om vuur mee te maken, maar gesteente die heel gedetaileerd bewerkt kon worden. Hiervan maakten ze messen, bijlen en schrapers. Verder hadden ze ook benen priemen. Hiermee maakten ze gaten in leer zodat ze er kleding van konden maken. Ook maakten ze van vuursteen of beenderen spitsen om vast te maken aan een stok zodat ze konden jagen op wild.

http://www.pleistocenemammals.com/new/wp-content/uploads/images/gereedschap-neanderthaler.jpg

 

http://www.pleistocenemammals.com/new/wp-content/uploads/images/opbouw-van-bv-sikkels.jpg

Naast werktuigen maakten de Neanderthalers ook sierraden. Dit maakten ze van alles wat ze om handen hadden, botten, dierentanden,
fossielen en ivoor.

 

Gewoonten en gebruiken

Er zijn aanwijzingen dat Neanderthalers kleurstof maakten van oker. Hiermee zouden ze dan vanaf de jonge steentijd grotschilderingen  hebben gemaakt en zelf werktuigen hebben versierd. Het zou dus de eerste vormen van kunst kunnen zijn.

Ook zijn er aanwijzingen gevonden dat de Neanderthalers goed voor elkaar zorgden. Niet alleen wanneer één van hen gewond was, maar ook  is het te zien aan de manier hoe ze om gingen met hun doden. Ze werden begraven. In deze graven zijn stuifmeelkorrels aangetroffen wat erop duid dat er bloemen werden neergelegd of gestrooid. Dit zou duiden op gevoelens van rouw en piëteit.

 

Einde

Hoe de Neanderthaler aan zijn einde kwam is onduidelijk. Misschien kwam het door klimatologische ontwikkelingen die de Neanderthaler uiteindelijk toch de das om had gedaan. Of misschien hebben ze zich toch vermengd met de “moderne” mens die wij Homo Sapiens (of wetenschappelijk Homo Sapiens Sapiens) noemen. De moderne mens moet namelijk ergens zijn ontstaan tussen 40.000 en 30.000 jaar geleden. Want de Neanderthaler en de Homo Sapiens worden gezien als twee los van elkaar staande mensachtige. Over deze vraag moet nog een antwoord gevonden worden, want er zijn nog geen feiten aangetroffen die iets uit sluit. Het enige wat vast staat, is dat tot 30.000 jaar geleden geen spoor meer van de Neanderthaler terug te vinden is.

 

 

Voor meer informatie raad ik graag het boek ‘Neanderthalers in Europa’ van Bärbel Auffermann en Jörg Orschiedt uit 2003 aan. Dit is een prettig te lezen boek waarin de Neanderthaler op een goed te begrijpen manier wordt uitgelegd. ISBN: 90 5826 243 X.